, , , , ,

REVIEW: Ocean Alley – Lost Tropics

Door: Jaap Smit

De term ‘festivalband’ is zo’n maf woord dat ooit is ontstaan zonder goede handleiding. Wat maakt het dat een band beter zou spelen op een modderige festivalweide dan een zaaltje? Leven de artiesten op bij het zien van felgekleurde tenten en halfblije mensen in zeiknatte HEMA-regenponcho’s? Misschien zouden we die vragen neer kunnen leggen bij Ocean Alley, die met hun Australische ketel vol reggaepop en orgeltjes vastberaden zijn die term met hun debuutplaat Lost Tropics te (her)definiëren.

Meesurfend op de stijl van hun landgenoten Sticky Fingers vangt Ocean Alley op heerlijke wijze de sfeer van een broeierige zomerdag. Het zestal laat reggae en popmuziek op natuurlijke wijze mixen met aangename, onbezorgde ritmes, waardoor het album als een makkelijke popplaat weg luistert. Openingstrack Lemonworld zorgt voor een koppig, niet te vrolijk begin, maar laat met zware galms, gitaarsolo’s en Baden Donegal’s scherpgehoekte reggaestem zien wat de band in huis heeft. Met Hold On wordt de tone of voice als iets aardiger en laat langzaam maar zeker ook het Hammond-orgel van zich horen. Ook op de nummers Feel en Holiday wordt het instrument magnifiek ingezet. De band zoekt en vindt, en eert oude rockgoden en reggaekoningen.

De band verzandt gelukkig niet in het wiskundig uitpluizen van combinaties tussen orgeltjes, gitaartjes en lieve ritmes, want halverwege moet er even doorgedouwd worden met Stripes In My Mind en Fly On The Wall. Vooral laatstgenoemde knalt er een heerlijke potje vieze, brutale Hammondrock doorheen, die sterk doet denken aan ‘s Nederlands eigen Chef’Special ten tijde van hun debuutalbum One For The Mrs. Die activerende werking komt het album alleen maar ten goede, want na de mindere nummers Sleep On It en Millionaires dreigt het album een beetje in te dutten.

Met Partner In Crime wordt op de valreep nog een saxofoon ingebracht, gevolgd door een onvervalst Pink Floydje op de gitaar. De band valt graag terug op de trage ritmes die ze royaal versieren met zo’n beetje alles wat ze te bieden hebben. Toch weten ze op Lost Tropics handig de sleur te ontwijken. Tot slot sust de band je in slaap met het psychedelische Hawaii-nummer Jellyfish, dat met de subtiele stemgalm ook onder de zeespiegel lijkt te zijn opgenomen.

Lost Tropics is zo’n beetje alles wat je verwacht van een psychedelische reggae/rockband. niet te lastig, (op een paar nummers na) altijd leuk en af en toe de Australische beuk erin. En zonder twijfel een hit op ieder festival.

Luister van Lost Tropics:

  • Hold On
  • Holiday
  • Fly On The Wall
  • Jellyfish

Ocean Alley is dit jaar ook in Nederland te zien:

  • Vr 3 juni – SugarFactory, Amsterdam
  • Za 4 juni – Green Vibrations Festival, Enschede
  • Zo 5 juni – Park Open, Arnhem
  • Za 11 juni – Nozem en de Non, Heemskerk
  • Zo 12 juni – Buiten Scheveningen, Den Haag
  • Vr 1 juli – MadNes Festival, Ameland
  • Za 2 juli – Elastiek Festival, Hilvarenbeek
  • Zo 24 juli – Zwarte Cross, Lichtenvoorde
, , , ,

REVIEW: The Strokes – Future Present Past EP

Door: Jaap Smit

Fan zijn van The Strokes is twee delen geduld hebben en een deel frustratie. Je houdt van ze vanwege de legendarische indierock, maar haat ze vanwege hun flinterdunne aanwezigheid. De New Yorkers durfden het zelfs te flikken om hun vorige album Comedown Machine amper te touren en vervolgens op zwart te gaan. Drie jaar, een aantal soloprojecten en een handvol hints later maken Julian Casablancas en co eindelijk een terugkeer met de EP Future Present Past.

Na drie albumloze en ronduit magere Strokes-jaren valt het niet te ontkennen dat bij het horen van het woord EP veel fans een gevoel van teleurstelling niet konden onderdrukken. Maar het is natuurlijk ook niet altijd makkelijk als bijna ieder bandlid er minimaal één band naast heeft en je on the side ook nog eens Is This It achtige nummers moet maken om iedereen een beetje blij te houden. Future Present Past is naast een product van weinig tijd ook een zoethoudertje met een muzikale tijdlijn van het verleden (Treath Of Joy), heden (OBLIVIUS)en eventuele toekomst (Drag Queen) van de band. In zijn radioshow Culture Void primeurde Casablancas al OBLIVIUS, een spitse track met wiskundig gelaagde gitaartjes en een lekker tempo. Het “what side are you standing on”-refrein had zonder moeite op Angles gekund. De band hinkt een stukje terug de tijd in, en slaat daarbij de A-Ha fase van Comedown Machine over. Gitarist Nick Valensi mag z’n hypnotiserende heen-en-weer solo’s weer spelen en Julian mag weer z’n falsetto weer laten gelden.

Drag Queen veegt doffe, lage bas over hoge tonen heen totdat een bevrijdend refrein de boel vlak en vloeiend maait. Het is een aparte constructie die niet meteen voor een feest van herkenning zorgt, maar is na een paar pogingen best prima te noemen. Pijnlijk zijn de gitaarsolo en de kunstmatig hoge stem aan het eind. Het is gelukkig het enige moment waarop er even gek gekeken mag worden. Threat Of Joy vuurt misschien het gezelligste intro ooit op je af, dat rechtstreeks teruggaat naar Is This It en Room On Fire. Julian’s schijnbaar verveelde gemompel, het bobbelige basje en Fab Moretti’s strakke drums verzorgen de trip down memory lane. Wanneer de rest zich erbij voegt blijkt dat dit best een volwaardige slottrack was geweest voor een van de albums.

Weinig mensen zouden The Strokes verslijten voor EP-band, en Future Present Past laat precies zien waarom. We kunnen experimenten en noviteitjes best pruimen, maar dat komt zoveel meer tot z’n recht op een album. Verder doen de drie nummers (+ remix van OBLIVIUS) ons niet per se extra verlangen naar een nieuwe plaat (want dat doen we toch wel). Wel put de band nog steeds uit de muziek waarmee ze onze harten veroverden, wat op z’n minst interessant te noemen is. Maar uit ervaring weten we dat dat geen enkele garantie biedt voor de toekomst.

Luister hier naar Future Present Past: