,

INTERVIEW Jared James Nichols: “Bluespower gaat niet over een genre, maar over een state-of-mind!”

Tekst: Daan Visser      Beeld: Lauren Booster

Als jonge gitarist uit een boerendorp het proberen te maken in Los Angeles, het klinkt als een typisch gevalletje van de American Dream. Dit is precies wat Jared James Nichols deed. Na jaren hard knokken begint deze achtentwintigjarige rocker de toppen van de Olympus te zien. Met zijn goed ontvangen tweede album Black Magic en een Europese tour is Nichols goed op weg om een nieuwe gitaarheld te worden. LLUID sprak met hem in de Amsterdamse Melkweg.

Jouw verhaal begint in je geboortedorp Waukesha in Wisconsin. Op een gegeven moment ging jij van Waukesha naar Los Angeles. Hoe was die verhuizing van het dorp naar het grote L.A.?

“Ik werd geboren op een boerderij. Waukesha was een boerendorp. De dichtstbijzijnde stad was acht mijlen verderop. Ik zat als achttienjarige gitarist vast in dat dorp. Ik kon niet met veel mensen spelen en ik kon daar ook niet doorbreken. Toen ik eenmaal in L.A. en Hollywood was voelde het net of ik was getransporteerd, snap je. Ik kwam daar alleen aan met wat kleren, mijn gitaar en wat spaargeld van mijn bijbaantjes. Sommige mensen proberen het daar te maken en dan lukt het niet. Dan zeggen ze dat ze het tenminste geprobeerd hebben. Ik moest dit doen! Ik moest zo hard ervoor werken en ik ben uiteindelijk zo blij dat ik het heb volgehouden.”

jared-james-optreden-6

Na jarenlang werken stond je uiteindelijk in het voorprogramma van Lynyrd Skynyrd. Je hebt sindsdien met zo veel diverse artiesten gespeeld. Je tourde met metalartiesten Zakk Wylde en Saxon en je staat regelmatig op bluesfestivals. Hoe komt het dat je met zoveel diverse artiesten speelt?

“Ik heb me nooit “te cool” voor iets heb gevoeld. Ik ben niet de persoon die zegt dat hij alleen maar blues of alleen maar rock speelt. Ik hou gewoon van muziek. Het feit dat het 2018 is en ik kan touren en voor allerlei mensen kan spelen is gewoon cool. In Tsjechië stonden we op een metalfestival en de volgende dag deden we een klein bluesoptreden. Ik denk er vaak niet over na, omdat ik gewoon mijn jeugddromen beleef. Het is gewoon fijn om zoveel mogelijk te spelen.”

In de documentaire van UPROXX wordt je gevolgd terwijl je probeert door te breken. Er is in die docu een scène dat je aan het optreden bent met een leeg veld voor je. Je zegt in die scène ook dat je bang bent dat bluesrock en rock en roll uitsterft. Ben je daar nu nog steeds bang voor?

“Ja, daar ben ik nog wel een klein beetje bang voor. Het is niet zozeer dat ik bezorgd ben dat rock en roll sterft, want er zijn nog genoeg fans. Ik ben er bang voor dat het de mensen niet meer gaat boeien. Als mensen denken aan rock en roll zien ze iemand met een gitaar, lang haar en een publiek dat aan het headbangen is. Ik zie het als mijn taak om het door te zetten, omdat ik niemand ken die dat wel zal doen. Wat ik doe is belangrijk voor mijzelf en de fans. Ik wil die man zijn die na dertig jaar kan zeggen dat hij nog steeds rock en roll naar de mensen brengt. Daarnaast zullen mensen altijd van oprechte muziek houden, ondanks welk genre het is. Het zal nooit uitsterven, maar het is aan mensen als ik en de band om het door te kunnen geven.”

Je bent dus een bluesartiest. Je hebt zelfs het woord ‘Bluespower’ op je rechterarm getatoeëerd, naar het nummer van blueslegende Albert King. Ook zet je het altijd in de caption van je posts op Instagram. Wat betekend bluespower voor je?

“Ooeeehh! Dat was het nummer en de term die mijn leven hebben veranderd. Ik hield al van rock en gitaren, maar toen ik dat nummer hoorde wist ik wat ik wilde doen. Ik kon het letterlijk voor me zien. In het nummer zegt Albert King ook dat het niet gaat over waar je vandaan komt of hoe oud je bent, want iedereen kan de blues hebben of de blues spelen. Bluespower gaat voor mij niet eens over een genre, maar over een ‘state-of-mind.’ Ik pak een gitaar op en probeer het gewoon te crushen! That’s bluespower!

We moeten het hebben over je gitaarstyle. Die valt op door verschillende redenen. Hoe kwam je erop om maar één P-90 pick-up (element op de gitaar die het geluid van de snaren opvangt) op je gitaar te gebruiken?

“Wow, dit wordt nerdy! Je hebt de single coils op Stratocasters en humbuckers op Gibson Les Pauls, maar de P-90 zit er precies tussenin. Het heeft een schoon geluid, maar tegelijkertijd is het ook een krachtig geluid. Daarnaast werkt de P-90 heel goed samen met de volume- en toonknop. Meestal draai je één van de twee helemaal open of juist helemaal dicht, maar deze pick-up reageert veel preciezer op de knoppen. Het is een heel veelzijdige pick-up. Ik heb ze allemaal geprobeerd, maar deze past bij mij.”

Je speelt op een Epiphone Les Paul en nu wordt je zelfs gesponsord door Epiphone. Hoe is dat gekomen?

“Ik had met een gitaarwedstrijd al een sponsordeal met het snarenmerk D’Addario gewonnen. In L.A. introduceerde mijn manager me toen aan Jenny van het gitaarmerk Gibson. Epiphone valt ook onder het merk Gibson. Zij nodigde me uit om naar de showroom van Gibson te komen. Toen we aan het praten waren over een deal stuurde ze me een Epiphone. Die wilde ik in het begin niet eens, omdat ik altijd op Gibsons speelde. Toen kwamen ze met de Epiphone Les Paul en ik was gelijk verkocht. Zeker voor de jongere gitaristen die niet zoveel kunnen uitgeven aan een gitaar is Epiphone een goed keuze. We zijn nu zelfs aan het praten over een signature gitaarmodel! Het zal maar één P-90 pick-up hebben met maar één toon- en een volumeknop en de rest van het lichaam zal glad afgewerkt zijn. Verder zijn er nog wat kleine aanpassingen.”

Tekst gaat verder onder foto

jared-james-3

Door de samenstelling van je gitaar in combinatie met het spelen zonder plectrum viel je gelijk op. Hoe is deze manier van gitaarspelen zonder plectrum ontstaan?

“Rond mijn achttiende kwam ik erachter dat ik als mezelf moest klinken. Ik had een Stratocaster, een plectrum en ik klonk als Stevie Ray Vaughan. mensen zeiden dat ook tegen me, maar er moest meer zijn. Ik wilde dat mensen mij hoorde en gelijk wisten dat ik het was. Wanneer je met je vingers speelt wordt het een hele “percussieve sound.” Mijn moeder zei vroeger altijd dat ik mijn handen kapot aan het maken was. Gelukkig is het niet zo erg als je zou denken. Een andere reden waarom ik zonder een plectrum speel is dat ik elke noot die ik speel ook kan voelen. Het is een vibratie. Het is de totale verbinding.”

jared-james-optreden-3

Je laatste album Black Magic kwam vorig jaar uit. Hoe was het opnemen van het album?

“Het was geweldig! Een van mijn beste vrienden is Tony Perry, de zoon van Aerosmith’s gitarist Joe Perry. Tony is een geweldige producer en wilde graag Black Magic produceren. Joe Perry zit in de band de Hollywood Vampires met Alice Cooper en acteur Johnny Depp, dus toen we een plek nodig hadden om alles op te nemen stelde Tony voor om het in de thuisstudio van Johnny te doen. We zaten in zijn villa met zoveel verschillende gitaren. Als je gewoon thuis of in een normale studio bent ligt de druk niet heel hoog. Nu je in die thuisstudio zit met al deze bekende mensen probeer je jezelf een extra duw te geven om indruk te maken op ze. Toen we de opnames aan Joe en Johnny lieten horen vonden ze het echt goed. We hadden de zegening van deze mensen. Om van Joe Perry te horen dat je een badass bent is echt bizar!”

Wat zou je zeggen als je Black Magic vergelijkt met je voorgaande debuutalbum, Old Glory and Wild Revival?

“Old Glory and Wild Revival was mijn eerste keer in de studio. Wat je op die plaat hoort is iemand die nog moet uitzoeken hoe alles werkt. Ik was heel nerveus en ik zocht nog naar mijn eigen stem op de gitaar. Na de release heb ik twee jaar lang getourd. Je kan het vergelijken met een gloednieuwe auto die ik net heb gekocht, waarin ik twee jaar lang tour en heel veel dingen heb meegemaakt en geleerd. Nu ben ik bij Black Magic en heb ik die auto aangepast tot een auto die perfect bij mij past. Black Magic is een samenkomst van twee jaar lang touren en allemaal andere ervaringen. Het is een album dat live gebracht moet worden. Op het album hoor je nummers van vier minuten, maar live maken we er jams van soms wel twintig minuten van. Het is een beetje als Cream live. Het is een hard statement!”

Livefoto’s geschoten tijdens Nichols’ set in De Melkweg op vrijdag 9 maart

, ,

INTERVIEW Tusky: “pas een beetje op met wat je in het hoofd van pubers stopt”

Tekst: Daan Visser     Beeld: Lauren Booster

De gelauwerde rockband John Coffey is al sinds eind 2016 uit elkaar, maar wees gerust: op 2 maart komt Tusky’s debuutalbum Rated Gnar uit. Alle bandleden hebben een link met John Coffey: Alfred van Luttikhuizen was gitarist, Sjors van Reeuwijk was Alfred’s gitaartech en drummer Bas Allein Richir en bassist Justin Ghijsen vielen regelmatig in. LLUID sprak met Alfred en Sjors over hun aanstaande album en hoe de band samenkwam.

Op 2 maart komt jullie debuutalbum Rated Gnar uit. ‘Gnarly’ is een term die je niet vaak meer hoort. Waar komt die titel vandaan?

Alfred: “Gnar heeft verschillende betekenissen. We hebben de betekenis op de albumhoes gezet, dus iedereen die het album koopt weet straks wat het betekent. De verkorte versie is: “high on the skill of dangerousness and coolness.” Het is een skateterm en onze bassist Justin is daar heel serieus over. Hij komt vaak met dat soort woordjes, zoals: ‘Shredded’ en ‘That’s Gnar man’. Hij kan de hele avond vullen met dat soort woorden. Wij vonden Rated Gnar wel een leuke knipoog naar Rated R, het album van Queens of the Stone Age. Niet dat we ons daarmee vergelijken. We zijn een vrolijke punkrockband. Toen we gingen kijken wat we wilde doen kwam eruit dat we heel erg energieke rockmuziek wilde maken. Als ik speel voel ik ook die urge in me opkomen. Dat willen we overbrengen op het publiek. Dat ze denken: “Fuck it! Ik ga moshen!”

Er zijn nu drie videoclips verschenen: Folly, You Will Not Regret This en Going Out. De eerste twee hebben veel humor in de videoclip. Going Out heeft dit niet en is in zwart-wit geschoten. Waarom?

Sjors: “We zaten midden in de Popronde. Qua tijd ben je dan minder flexibel, dus zochten we de eerste vette kroeg op om een video te schieten. We wilde die single droppen in december en daar moest wel een video bij, anders is het een beetje lame. Dus we dachten, dan maken we een livevideo!’ Maar de video die dinsdag komt, Armed to the Teeth, past wel weer in de lijn van de eerste twee clips. In de clips is humor wel belangrijk. Neem een band als de Foo Fighters, in die clips zit ook veel humor. Het is voor ons eigenlijk niet zo relevant. De humor zit in de clips en het serieuze zit in de muziek.”

Het laatste nummer van Rated Gnar, Smack Me With Your Bible Belt, viel me op. De titel was anders dan de rest en het was met vijf minuten het langste lied op de plaat. Zit daar ook een serieus verhaal achter?

Alfred: “Dat is een redelijk serieus liedje, inderdaad. Ik heb een religieuze achtergrond en heb best lang in een God geloofd. Dat heb ik inmiddels achter me gelaten. Zonder rancune en ik heb helemaal geen negatieve gevoelens tegenover het christendom, maar er zijn aspecten waar ik best wel boos om kan worden. Smack Me With Your Bible Belt gaat vooral over oudere mannen die jonge kids beïnvloeden met de wildste beloftes en verhalen. Er zit echt een serieus verhaal en een kritische houding achter. Pas een beetje op met wat je in het hoofd van pubers stopt. Het is echt een ‘Tusky-titel’. Een ander nummer met een serieus verhaal is het nummer White Dress, een nummer over een vader die zijn zoon betrapt op het dragen van een witte jurk. Toch zegt die zoon: ‘Fuck you! Ik blijf me lekker opmaken en die jurk dragen.’ Er zitten zeker serieuze noten in de muziek.”

(tekst gaat verder onder foto)

jpg-tusky-in-de-gordijnen-aflred-van-luttikhuizen-en-sjors-van-reeuwijk

In oktober van 2016 stopte John Coffey ermee. Hoe lang liepen jullie al rond met het idee om samen een nieuwe band te beginnen?

Sjors: “Tijdens John Coffey hadden we nog helemaal niets. Twee weken na de laatste noot van John Coffey in Paradiso was de Popronde in Utrecht. Daar hadden we afgesproken om biertjes te drinken en bandjes te kijken. Je komt op festivals, maar je kijkt nooit naar de andere bandjes die daar optreden. Nu hadden we daar tijd voor. Ik zat aangeschoten met Bas in de kroeg en we zeiden: ‘Laten we muziek maken en kijken hoe het loopt.’, toen vroeg Alfred of hij mee mocht doen. Daarna kwam Justin erbij en twee weken later zaten we in een oefenruimte. Tijdens John Coffey is er nooit gesproken over een nieuwe band. Justin en Bas vielen wel eens in. Het is eigenlijk nog steeds dezelfde scene.”

Maar hoe verschillen jullie muzikaal dan van John Coffey?

Alfred: “Wij zijn qua liedjes veel simpeler gaan schrijven. Bij John Coffey moest alles anders en alles wat we verzonnen was te cliché, daarom duurde het ook heel lang voordat we liedjes hadden. We deden toen heel moeilijk en bij Tusky brachten we het terug tot een compact iets. We willen hele toffe punkliedjes schrijven. We beginnen ermee en kijken wel of we het kunnen uitbouwen of niet. Het moeten rauwe liedjes met catchy melodieën en vet veel energie zijn. We merken daardoor dat we veel sneller worden opgepikt door de radio dan bij John Coffey. We zijn wat toegankelijker dan wat we bij John Coffey deden.”

Hoe ziet het komende jaar eruit na de release van Rated Gnar?

Sjors: “Het zit eigenlijk zo: We wilde ons inschrijven voor de popronde en dat lukte. Dan ga je nadenken over Noorderslag en daar wordt je ook voor geselecteerd. Dan vraagt je boekingskantoor wat we willen doen. Je weet dat je een clubtour moet doen en gelijk daarop begint het festivalseizoen. Daar staan we op Dauwpop, Paaspop, MadNes, Zwarte Cross en nog veel meer hele gave festival.”

Alfred: “Ik weet niet of we dit bereikt zouden hebben als we niet de voorgeschiedenis van John Coffey hadden, maar wat ik wel weet is dat bijvoorbeeld Zwarte Cross ons gelijk heeft geboekt na de release onze tweede single. Ik denk dat we in het algemeen veel voordeel hebben gehad dat John Coffey er is geweest, maar als wij kutmuziek hadden gemaakt waren we nergens terecht gekomen. Dus blijkbaar is het zo goed dat ze ons willen boeken. We hebben wat afslagen geskipt, maar je moet wel goede muziek blijven schrijven. Dat was het enge aan deze band. Ik was bang dat we neergesabeld zou worden en dat ze zouden roepen: ‘die gast kan niet zingen!’ Maar alles is goedgekomen.”

Nu is het tijd voor de flauwe vraag: wanneer laat Tusky zijn ‘tusks’ zien?

Alfred: “Live laten we altijd onze tanden zien. Een klein beetje woede tijdens een show is heel lekker. Dat je denkt: ‘Fuck you! Ik rock je helemaal kapot!”

Rated Gnar verschijnt op 2 maart op V2 Records.

, ,

INTERVIEW Afterpartees: “Ik ben eerder degene die het verhaal vertelt dan die gast die een bierfles in zijn kont stopt”

Tekst: Daan Visser    Beeld: Lauren Booster

Drie jaar na het verschijnen van hun debuut komen de jongens van de Limburgse band Afterpartees op de proppen met hun tweede album Life is Easy, dat op 16 februari verschijnt. LLUID sprak met de broers Nellen; zanger Niek (rechts) en gitarist Bas.

Hoe easy is jullie leven op dit moment?

Niek: “Het gaat best wel goed. Naar aanloop van de plaat zijn we veel aan het repeteren, dat is heel belangrijk. Dit weekend gaan we carnaval vieren, dat is ook heel belangrijk. Dan komt volgende week Life is Easy uit.”

In 2015 kwam jullie debuutalbum Glitter Lizard uit, dat is meer dan drie jaar geleden. In die periode daarna hebben jullie veel gespeeld, op Pinkpop en Best Kept Secret bijvoorbeeld. Hoe zijn jullie in die periode gegroeid?

Niek: “In het begin is alles nieuw. Pinkpop is nieuw, Best Kept Secret is nieuw. Maar je merkt dat we nu meer ervaring hebben, sowieso qua spelen. Ook zijn we wat rustiger geworden. We weten nu hoe alles werkt.”

Bas: “Ik ben altijd al rustig geweest.”

Dus vandaar ook Life is Easy? Is dat waar de titel vandaan komt?

Niek: “We hebben allemaal wel een fijn leven gehad, met lieve ouders en een fijne jeugd. Toch krijg je te maken met dingen waar iedereen mee te maken krijgt. Je vraagt je af waar het naartoe gaat met je persoonlijke leven en de band. Het leven is aan de ene kant makkelijk en aan de andere kant niet altijd. En er zit iets meer ruimte in de liedjes. Dat merkte ik toen ik de nummers van Life is Easy in ging zingen. Glitter Lizard was helemaal volgepropt met gitaren en drums. Dat was een supervolle sound.”

Dus er is een parallel tussen de plaat en jullie als personen; jullie zijn allebei rustiger geworden?

Bas: “Eigenlijk wel, maar ik ben nooit echt heel druk geweest. Als er een cool verhaal is, ben ik eerder degene die het vertelt dan die gast die op de bar een bierfles in zijn kont zit te stoppen.”

(tekst gaat verder onder foto)

afterpartees

Jullie hebben voor de vierde keer op Eurosonic Noorderslag in Groningen gespeeld. Daar is het ook voor jullie begonnen. In Groningen hebben jullie namelijk met Jan Kooi jullie eerste singletje opgenomen. Hebben jullie warme gevoelens bij Groningen?

Niek: “Dat hebben we altijd wel als we in Groningen zijn. De Groninger lijkt ook veel op de Horstenaar: ze zijn vaak nuchter en soms ook een klein beetje afstandelijk. Daar zat dus een goede klikt. Voor ons is het daarnaast ook begonnen, toen we met Jan ons eerste singletje opnamen.”

Bas: “Als we er zijn, gaan we altijd wel even op bezoek bij Jan in zijn platenzaak Elpee.”

Over jullie thuisstad gesproken, hoe moeilijk was het eigenlijk om als band de omgeving van Horst uit te komen?

Bas: “Op een gegeven moment dachten we echt dat we nooit de regio uit zouden komen.”

Niek: “Als beginnende band is het ook heel lastig om te weten hoe je aan shows komt. Wij gingen op een gegeven moment gewoon andere bands mailen om te vragen of we in hun voorprogramma konden spelen. Dat is wel de beste tip die we kunnen geven aan beginnende bands.”

Jullie laatste videoclip, Call Out Your Name, is opgenomen in Horst. In die clip en tijdens de 3VOOR12 ESNS Sessions draagt Niek een gestreepte sjaal. Wat is het verhaal achter die sjaal?

Niek: “Dat heeft twee redenen. Één: ik vind die sjaal mooi. Ik heb de laatste tijd wel vaker sjaals om, dat vind ik gewoon fijn. Twee: mijn vriendin haat die sjaal en voor mij is het dragen ervan een soort vorm van verzet. Ik hou heel veel van mijn vriendin, maar je moet in een relatie altijd hele kleine vormen van verzet zoeken en die koesteren. Zoals een drol in de wc laten liggen. Er zit geen emotionele betekenis achter en over een half jaar is die sjaal gewoon weg. Zoals je ziet heb ik nu ook een sjaal om, van de band Traumahelikopter.”

De andere twee videoclips, Lazy Come, Lazy Go en Life is Easy zijn heel gestileerd en er zit veel geel in. De videoclip van Call Out Your Name heeft dat niet. Hoe is dat verschil zo ontstaan?

Niek: “Onze gitarist Sjors Driessen is de artistieke leider van het album en hij heeft die twee videoclips voorgegeven. Voor Call Out Your Name moesten we gewoon snel een vette videoclip maken. We hadden geen tijd om die videoclip vorm te geven, dus zijn we gewoon op pad gegaan en hebben we met een soort hiphop-stylo de clip gemaakt. Ook waren we het geel een beetje beu.”

Life is Easy komt bijna uit. 2018 is net begonnen. Wat zijn jullie plannen voor dit jaar?

Niek: “We gaan na de release van het album heel veel spelen. Er komt ook een tourtje door Duitsland. We zouden ook ooit een soort musical maken. Hahaha!”

Bas: “Er is een slechterik, die uit alle muziekera’s de hits gestolen heeft.”

Niek: “Het zou er een beetje uit komen te zien als een musical van groep acht, een beetje knullig. Dan moeten we met een tijdmachine terug in de tijd om die hits terug te halen. Dan willen we Frans Bauer als Johnny Ramone of Tim Knol als een Beatle. Maar dat zou ons helaas veel tijd kosten.”

Wie moet er aanwezig zijn op de perfecte afterparty van Afterpartees, dood of levend?

Bas: “Hans Klok!”

Niek: “Hans Klok én Frans Bauer. Hans Klok dood, maar uiteindelijk blijkt Hans Klok toch te leven. Dat is het mysterie.”

Life Is Easy verschijnt op 16 februari op Excelsior Recordings

pokeylafarge-gifbanner