London Calling 2018: Een warm weekend beloftes en toekomstige headliners spotten in Paradiso

Share on facebook
Share on twitter
Share on reddit
Share on email

Tekst: Reinier van der Zouw    Foto’s: Bibian Bingen / London Calling

Het zal voor liefhebbers van nieuwe ontdekkingen en de betere indie inmiddels haast een ritueel zijn: iedere mei en iedere oktober kan er weer afgereisd worden naar de hoofdstad om twee dagen lang tussen de boven- en de benedenzaal van Paradiso heen te pendelen. Hoewel London Calling lange tijd enigszins op zijn retour leek, waren de twee edities van 2017 weer behoorlijk sterk. LLUID ging kijken of de organisatie die stijgende lijn in 2018 door wist te zetten.

Vrijdag

Op basis van de paar minuten die we nog van aspirant-stadionrocker Rosborough meepakken, gaf hij de kleine zaal van Paradiso de gelegenheid om nog redelijk rustig op gang te komen. Dat is bij noise-rockers Melkbelly, die vrijwel direct na hem aantreden, geenszins meer het geval. Waanzinnige hakkelende riffs, daverende drums en de-geluidsbarrière-overschrijdende vocalen zijn bij dit Amerikaanse viertal aan de orde van de dag. Waar op debuutplaat Nothing Valley nog wel memorabele, individuele nummers te ontdekken zijn, smelt alles live samen tot een bij vlagen overdonderende noise-rocksoep. Het speelplezier wat de band heeft is ontegenzeggelijk, evenals het technische kunnen, maar nog zo vroeg in de avond is wat Melkbelly serveert toch een beetje zware kost. In een dampende zaal op een later tijdstip was de vlam vast goed in de pan gegaan, voor nu blijft het bij een paar vonkjes.

Aan het Britse Boy Azooga hierna de taak om de grote zaal voor vanavond te dopen. Hoewel je door het feit dat ze op het Heavenly label van onder andere bands als TOY en King Gizzard zitten je zou kunnen denken dat dit weer zo’n typisch gruizige herrieband is, serveert dit viertal lichtere kost. “Foals in de conga met een cocktail te veel achter de kiezen”, zoals het programmaboekje het omschrijft. Dat dekt de lading aardig. Soms geven de heren wel eens wat gas bij, zoals op single en tevens hoogtepunt Loner Boogie, maar meestal blijft het bij frisse melodieën en dansbare grooves. Dat luistert lekker weg en past ook prima bij het klimaat vanavond, maar het is wel allemaal nog een beetje belegen. Die belegenheid sijpelt door in alles, vooral de praatjes van guitige frontman Davey Newington, die ons meermaals vertelt hoe veel hij het wel niet naar zijn zin heeft en inhoudelijk niet veel verder komt dan “this song is called Jerry, it’s about my friend Jerry.” De grooves staan dikwijls als een huis en het zijn vast schatten van jongens, maar het zou fijn zijn als het aankomende debuutalbum 1, 2, Kung-Fu! wat meer pit met zich mee brengt.

180525_london-calling_paradiso_velvet-volume_0u1a7596_-door-bibian-bingen

Aan pit vervolgens geen gebrek bij Velvet Volume (foto) in de bovenzaal. Deze Deense zusje specialiseren zich in gierende riffs en vaak nog wat harder gierende vocalen. Dat laatste giert in het begin misschien een beetje te hard, want zangeres Noa Lachmi zit er in het openingsnummer nog wel eens naast. Bij de heerlijke single Fire is dat euvel gelukkig al verholpen, al is dat natuurlijk geen muziek die er baat bij heeft om helemaal toonvast gezongen te worden. De zussen gaan hun songs vol energie te lijf en krijgen de zaal ook al vrij snel goed mee, hoewel een echt groot feest uitblijft. De echt memorabele songs zijn dan ook nog op een hand te tellen. Look! Look! Look!, het titelnummer van de debuutplaat en het nieuwe Night Life, een song met een riff als een mitrailleur, beklijven het meest. Ondanks dat wordt het door het overduidelijke speelplezier en energie waarmee de famillie Lachmi op het podium staat ook geen moment saai. Nog een paar knallers erbij schrijven en Velvet Volume wordt vast een graag geziene gast op de Nederlandse podia.

De Britse zangeres Natalie Rose Findlay (foto) bracht vorig jaar de zeer fijne debuutplaat Forgotten Pleasures uit, die in ons land jammerlijk onder de radar bleef. Kijk er niet gek van op als daar na vanavond verandering in komt, want Findlay houdt de zaal van begin tot eind in haar greep. Het grootste kritiekpunt wat je op haar gruizige rock met sporadische pop- en hiphop-invloeden kan hebben is dat het allemaal niet bijster origineel is – doe je ogen vanavond dicht en je waant je bij een concert van Yeah Yeah Yeahs – maar een kniesoor die daarom zeurt als alle songs zó goed in elkaar zitten en met zo veel plezier gebracht worden. Met een grote grijns krijst Findlay in songs als set-opener Junk Food of het springerige Electric Love de longen uit haar lijf. Dat doet ze met verve, maar de interessantste nummers zijn misschien wel die waar ze wat gas terug neemt. Zo is het titelnummer van Forgotten Pleasures een heerlijk rokerige ballad. Tijdens het verstilde Sunday Morning In The Afternoon slaat de beruchte Dutch Disease even toe, maar de overdonderende climax snoert alle praters direct de mond. De eerste grote belofte van London Calling 2018 is een feit.

180525_london-calling_paradiso_findlay_0u1a7867_-door-bibian-bingen

Op papier doet London Calling niet meer aan headliners, maar neem een blik in de grote zaal voordat Yungblud aantreedt en je denkt daar wel anders over. Het staat propvol voor de 19-jarige Brit Dominic Harrison, over wiens wervelende mix van rock en hip-hop je al veel hebt kunnen lezen op LLUID. Wanneer hij vanavond aftrapt met 21st Century Liabilty, het titelnummer van zijn meest recente EP, komt er meteen een golf van energie los die zijn weerga niet kent. Harrison staat vrijwel geen moment met beide benen op de grond en verkent alle hoeken van het podium, terwijl zijn twee bandleden – met hulp van de tape die bij ieder nummer meeloopt – een waanzinnige muur van gitaargeweld op de zaal afstorten. Toch voelt het op een showcase festival als dit, waar veelal toch wat fijnzinnigere of bescheidenere artiesten te zien zijn alsof je middenin een filmhuis-marathon nog even de Pathé binnenwandelt voor de laatste Transformers. Of dat positief of negatief is, moet je voor jezelf maar bedenken, Paradiso vermaakt zich in ieder geval uitstekend. Toegegeven, Harrisons energie werkt ook aanstekelijk, ook al verschiet hij met singles I Love You, Will You Marry Me en King Charles zijn kruit een beetje vroeg. Veel lomper dan Yungblud krijg je het niet, maar nu Alex Turner zich vooral bezighoudt met de martini police en schimmige ruimtecasino’s, is het toch fijn dat er een andere jonge Brit met wervelende verhalen over het Britse (nacht)leven is opgestaan.

(tekst gaat verder onder afbeelding)

180525_london-calling_paradiso_yungblud_0u1a8160_-door-bibian-bingen

Voor City Calm Down is het voor het eerst dringen in de bovenzaal. Dat komt waarschijnlijk vooral doordat het gewoon drukker is geworden in Paradiso, want bijster veel aandacht heeft de zaal niet voor deze Australiërs. Er wordt naar hartenlust bij gekletst en uitgebreid heen en weer geforensd naar de bar. Het helpt ook niet dat de geluidsmix de stemmige rock met pop-invloeden van de heren niet bepaald ten goede doet. Het geheel klinkt als een doffe brei, waar geen enkel instrument echt in te ontwaren is. Treurigste aanzicht van de avond: de nauwelijks te horen saxofonist die enorm fanatiek zit te toeteren. Aan de inzet van de band ligt het ook geenszins. Zanger Jack Bourke – type gevoelige ziel met een donkere stem, heeft vast een poster van Tom Smith op zijn kamer hangen – gooit al zijn ziel en zaligheid op het podium en de rest van de band doet wat dat betreft niet veel voor hem over. Af en toe komt er nog wel een nummer voorbij wat de aandacht van de snikhete zaal wel weet te grijpen – het melancholieke Joan, I’m Disappearing, bijvoorbeeld – maar over het algemeen gedijt City Calm Down waarschijnlijk beter als het wat kouder is.

Rond tien voor elf lijkt het er op dat veel van de festivalgangers inmiddels hun trein moesten halen, want electro-rockers Husky Loops moeten het doen met een matig gevulde zaal. Nou kunnen we ook niet zeggen dat de afhakers echt veel gemist hebben, want het Britse drietal met Italiaanse roots heeft echt nog wat meer goede songs nodig willen ze veertig minuten kunnen boeien. De basis voor een goede sound ligt er zeker al, de twee gitaristen toveren een heerlijk koele laag elektronica uit hun gitaren en vullen die dan aan met een stevige rockfundatie. Kasabian is hierbij nooit ver weg, vooral niet op de nieuwe single Daft, maar de eentonigheid helaas ook niet. Op dat nummer en oudere single Fighting Myself na zijn de meeste songs gewoonweg nog wat te vlakjes, waardoor de koelheid van de sound al snel omslaat in verveling. Husky Loops is zeker een act om in de gaten te houden, maar voorlopig hebben de heren nog niet veel interessants te bieden.

Zaterdag

This is our first show outside of the UK and our keyboard isn’t working.” Het zijn weinig bemoedigende woorden waarmee Porridge Radio-frontvrouw Dana Margolin de show van haar band opent. Gelukkig speelt het keyboard geen hele cruciale rol in de lo-fi punk van het vijftal, de toetseniste heeft het maar in twee van de zes nummers die we vanavond horen nodig. In de overige nummers zingt of schreeuwt ze mee als tweede stem, die vaker niet dan wel te horen is. U begrijpt, het gaat Porridge Radio allemaal niet voor de wind tijdens hun debuut buiten de eigen landsgrenzen. Is deze show dan een aanfluiting? Zeker niet, want de rommeligheid van het optreden heeft een zekere charme en past ook prima bij de muziek. Het grootste probleem is dat Margolin ofwel niet kan schreeuwen, ofwel haar schreeuwstem nog wat moet ontwikkelen, want wat ze nu probeert doet dikwijls pijn aan de oren, en niet op een goede manier. Gelukkig zingt ze vaker dan dat ze schreeuwt. Dan ontpopt Porridge Radio zich tot een lekker tegendraadse band met songs vol rafelige randjes. Echt beklijven wil het allemaal nog niet, maar de potentie is er zeker. Als Pitchfork de tweede of derde plaat over een paar jaar tot Best New Music bestempelt, ben je blij dat je ze nu al gezien hebt.

180526_london-calling_stella-donnelly_0u1a8821_-door-bibian-bingen

Grote-zaal-opener van vandaag Loma is een samenwerking tussen duo Cross Record en Jonathan Meiburg van indie-veteranen Shearwater. Waar beide bands individueel nog wel eens rauw uit de hoek willen komen, zijn voor dit samenwerkingsverband alle scherpe randjes zorgvuldig verwijderd. Met als gevolg een show vol voortkabbelende slowcore-nummers, waarbij iedereen behalve zangeres Emily Cross keurig op een stoeltje zit. Het openingséén-tweetje van Who Is Speaking? En Dark Oscillations, twee nummers die samensmelten tot een openingssalvo wat over de tien minuten heen gaat, belooft nog wel een zekere spanningsboog. Het is alleen jammer dat die aan het eind van ieder nummer afgebroken wordt en het volgende nummer dan weer van voor af aan begint. Met zo’n constante flow van opbouw en afbouw gaan 45 minuten al snel voelen als een hele lange zit. Dat er van chemie tussen Cross, haar kompaan Dan Duszynski en Meiburg op het podium weinig sprake is, helpt daarbij ook niet echt mee. Technisch is er op Loma vrijwel niks aan te merken, maar je hart gaat er geen moment sneller van kloppen, wat toch wel een vereiste is op een festival als dit.

Je moet van goede huize komen om, slechts bewapend met je stem en een gitaar, een publiek in enkele seconden voor je te winnen. Stella Donnelly (foto) doet het moeiteloos, wanneer ze zich voorstelt, zegt hoe leuk ze het vindt in Amsterdam te zijn en dan zegt “so, now that’s over I’m going to swear at you for the next thirty minutes.” Meteen heeft ze het gros van de harten in de kleine zaal al veroverd, de charmante en goed geschreven liedjes van haar debuut-EP Thrush Metal doen de rest. Ieder nummer kleedt ze aan met een inleidend praatje. Over hoe haar Welshe grootmoeder haar te grofgebekt vindt, over hoe de hoofdpersoon in het nummer You Owe Me haar inmiddels heeft terugbetaald, of, in een zeldzaam serieus moment, over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Wanneer een man in de zaal dat onderwerp met een zucht begroet, snoert Donnelly hem weer de mond met een venijnig “tough shit”, waarmee ze in een klap nóg meer zieltjes wint. Zo draagt de bovenzaal de Australische het hele optreden lang op handen. Terecht, want ze bewijst zichzelf vanavond als een van de meest charmante singer-songwriters van het moment.

180526_london-calling_now-now_0u1a8991_-door-bibian-bingen

Voor wie zich niet had ingeluisterd bevat het optreden van Boniface een (aangename) verrasing. Wanneer de jonge Micah Visser en zijn band met een rustig nummer aftrappen, zou je kunnen denken dat de Canadees een standaard singer-songwriter is. Zodra dat nummer is afgelopen gaan echter opeens alle registers open en ontstaat er een synthesizer- en keyboard-explosie van jewelste. Boniface maakt namelijk euforische indie-pop met stadionambities. Kijk er niet gek van op als Visser en consorten die nog gaan verzilveren ook, want vanavond slaat het in als een bom. Ieder nummer heeft wel een meezingbaar refrein of memorabel loopje en de nog wat verlegen Visser is een enorm innemende frontman. Het applaus wordt na ieder nummer groter. Gelukkig bewaart Boniface het beste voor het laatst. Debuutsingle I Will Not Return As A Tourist is een hit met een hoofdletter H, een oorwurm die gestaag opbouwt naar een festival-hoofdpodiumwaardige climax. Hier gaan we ongetwijfeld nog veel van horen.

Na twee kabbelindiebands in de grote zaal (waarvan we Grizzly Bear-wannabees Flyte maar even links lieten liggen), is Now, Now (foto) op papier een spannendere naam. Met de nadruk op, helaas, op papier. De in vergetelheid geraakte rockband is na de best fijne plaat Threads uit 2012 verworden tot een duo, en bracht een paar weken terug comebackplaat Saved uit, waarop ze hun indierock verruilden voor aalgladde pop. Op plaat is daar niet zo veel mis mee, maar de show is zo routineus en zit zo vol ingestudeerde momentjes, dat de lol er al snel af is. Nu doet de gitarist – op het podium is er namelijk wel nog steeds een band – een kek dansje! Nu doet de toetsenist wat klungelig mee! Nu gaan we allemaal met onze rug tegen elkaar staan! Na een openingssalvo met allemaal identiek klinkende nummers van Saved ontpopt Now, Now zich ook nog eens tot een band met een identiteitscrisis. Het is namelijk tijd voor een blok oud werk, dus pakt frontvrouw Cacie Dalager een gitaar bij de hand en wordt er opeens een soort van stevig gerockt. Hoe we dat na twintig minuten aan kauwgompop serieus moeten nemen zullen we nooit weten. Van ons mag Now, Now terug naar de vergetelheid.

180526_london-calling_snapped-ankles_0u1a9069_-door-bibian-bingen

Dan slaat de vloek van London Calling toe. Hoewel we Now, Now wat vroeger verlaten dan gebruikelijk, staat er toch al een enorme rij op de trappen voor de show van Snapped Ankles in de bovenzaal. Met als gevolg dat ondergetekende het grootste gedeelte van dit optreden moet aanschouwen vanaf de deuropening van de zaal. Dat is niet ideaal, want deze krankzinnige noise-rockers zijn naar alle waarschijnlijkheid het meest effectief met een directere impact. Deze Britten zijn namelijk in touch met de natuur, dus treden ze op in kostuums vol mos en takken en spelen ze op grotendeels zelf in elkaar geflanste instrumenten. Hoe ze het niet smelten in die pakken is ons een raadsel, maar het doet niets af aan de energie van de show. Ze gaan hun onnavolgbare songs met verve te lijf, maar bereiken daarmee vooral de eerste rijen. De achterhoede kijkt het allemaal wat overdonderd aan. Het duurt tot single I Want My Minutes Back – het eerste nummer met iets wat lijkt op een refrein – in de laatste tien minuten voorbij komt om de hele zaal mee te krijgen, maar dan gaat het ook goed los. Zo krijgt London Calling toch nog de opdonder die het op deze verder wat kabbelende tweede dag hard nodig had.

Ondergetekende is inmiddels redelijk murw gebeukt door twee dagen lang door Paradiso te banjeren, dus maken we van Snail Mail onze London Calling afsluiter. Op papier lijkt de 18-jarige indierocker Lindsey Jordan bij uitstek geschikt om een goed eind aan het festival te breien. En ja hoor, samen met haar strak spelende band wordt Paradiso getrakteerd op een prima voorproefje op het 8 juni te verschijnen debuutalbum Lush. Toch slaat de vonk nooit echt over. Dat ligt er voor een groot deel waarschijnlijk aan dat de hele zaal wat afgestompt is, maar ook Jordan en haar kompanen hebben vast wel eens met meer energie op het podium gestaan. De erg aan de jaren negentig-verwijzende indie rock wordt prima uitgevoerd, vooral single Thinning is genieten, maar mist net dat beetje energie om echt tot leven te komen. Niet de gedroomde ‘afsluiter’ dus, maar we zien Jordan graag nog eens terugkomen voor een herkansing.

Zo komt er een einde aan een prima editie van London Calling, waarop de line-up op de vrijdag wel beduidend sterker was dan die op de zaterdag. Wel heeft de organisatie bewezen dat de nieuwe aanpak werkt, programmeren in de breedte met veel kleinere, veelbelovende namen, in plaats van inzetten op grotere namen, zoals in het verleden met acts als Spoon en Pond is gedaan. Het zou ons namelijk niks verbazen als je een groot deel van de bovenkant van Best Kept Secret 2023 dit weekend al in Paradiso aan het werk hebt kunnen zien.

(Foto’s gebruikt met toestemming van London Calling)

banner-joa-18

Of lees dit