REVIEW: The Hunna – 100

Share on facebook
Share on twitter
Share on reddit
Share on email

Door: Jaap Smit

Golvend op de tsunami die Twenty One Pilots teweeg bracht, hollend achter Lonely The Brave en onder het stof van Kings Of Leon, daar vinden we The Hunna. Vier Britten die een eed zworen aan hun instrumenten dat ze hen kapot zouden spelen, maar niet zonder dat ze daarmee de wereld een stukje beter zouden maken. Het debuutalbum 100 is een uitputtingsslag; compromisloos, hard en vastberaden je omver te blazen.

Ryan Potter, gezegend is je stem. Op overtuigende openingstrack Bonfire switcht Potter van singer-songwriter tedere vocals naar krachtige uithalen. Het is één van de ijzersterke trademarks van de Engelse band. Het strooien van singles begon vorig jaar al, en onder andere Bonfire trok de aandacht naar deze band. Op 100 besluit de band all-in te gaan op de zestien nummers. Strak en feilloos verkent The Hunna het gebied tussen betonnen rock ‘n roll en de vrije wereld van bombastische indierock. Daarin wil de band het liefst alle gaatjes dichten met trillende basgeluiden en ondoordringbare gitaren.

Met songtitels zoals You and Me, We Could Be en Alive lijkt het alsof de band hun inspiratie bij Kensington haalt, maar gelukkig is die uitgekauwde manier van werken alleen van kracht bij de namen van de nummers. Alhoewel ze het imago van ‘ruige band, toch radiovriendelijk’ wel delen. Met Piece By Piece doet The Hunna een voorzichtig stapje terug van het ontembare tempo, maar het recept van subtiele gitaaracrobatiek gevolgd door een (al dan niet) opgeleukt refreintje staat muurvast. Het is The Hunna te prijzen dat ieder nummer een sterk staaltje muziek is; telkens opnieuw weten ze de nummers op een intense manier te brengen. Maar zonder dat het ergens écht saai wordt, loert toch het gevaar van eindeloze rit rockmuziek die vroeg of laat z’n smaak verliest. Op een gegeven moment slaat de voorspelbaarheid toe en dan moet The Hunna toch echt iets nieuws brengen.

Sycamore Tree durft als eerste de drums twee minuten te vergeten en introduceert een gevoelige kant van de band, die zich duidelijk comfortabeler voelt als het iets harder mag. Gelukkig spelen Potter en co. halverwege hun (enige) troefkaart, die hun sound verrijkt met een gritty touch. Still Got Blood, Bad For You en Rock My Way lanceren de band naar hoogtes waar ze dichtbij de robuuste woestijnrock van King Of Leon komen. Bij Rock My Way is het pas duidelijk hoe stekeliger de sound van The Hunna binnen één album is geworden. De stroomversnelling daartussen is een inspannende achtbaan van adrenaline: na iedere luisterbeurt kan je vijf minuten uitpuffen.

The Hunna is hard, op de fijnste manier die je je kan voorstellen. Met zowel nummers die euforie uitdragen als relschopperij laten ze merken dat ze niet te lang meer op de achtergrond willen blijven. 100 is naast een album ook een statement. Het is bijzonder hoe goed dit zowel in een underground café als op de radio past. De komende jaren zit The Hunna gebeiteld: they’re blowing up like a bonfire.

Luister van 100:

  • Bonfire
  • She’s Casual
  • Piece By Piece
  • Rock My Way

Of lees dit